Het ‘toverwoord’ Racisme

Benoemen, discussiëren, oplossingen uitwisselen… Democratie is niet voor mietjes. Maar je mag niet benoemen, alles wordt meteen monddood gemaakt met het toverwoord ‪‎racisme‬. Het is een woord geworden waarmee wij, historisch tolerante Nederlanders, ons nu al vele jaren laten gijzelen.
Als docent ‪levensbeschouwing‬ heb ik weleens gesprekken met mijn leerlingen over dit soort thema’s en een vette discussie of provocatie ga ik ook niet uit de weg. Een voorbeeld uit een les:

Ik vertel mijn leerlingen in de klas dat mijn dochters later niet met een Marokkaan hoeven thuis te komen, ik denk namelijk dat dat niet handig mixt… . En ik wil ook zeker niet dat ze Islamiet worden… Een Marokkaanse leerling zegt: maar meneer dat is racisme… Blijkbaar moet dat toverwoord eerst geventileerd worden, voordat er normaal met elkaar gesproken kan worden.

Ik reageerde met: Oh, dan is dat racisme. Ik heb trouwens ook een zoon, denk je dat mijn zoon met jouw islamitische zus mag trouwen. Nee, zegt de leerling. En, is dat dan geen racisme volgens jou? Nee, dat is cultuur, zegt de leerling.

De leerling moest er zelf ook om lachen. En snapte dat het begrip racisme een soort mantra was geworden, van pro actief de slachtofferrol in stelling brengen. Argeloos, onbewust floepte hij het woord eruit, als tweede natuur… hij had niet eerst mij bevraagd waarom, hoe, wat? Nee gewoon: ‘het is racisme’, dat is lekker snel en, tot voor kort, altijd effectief gebleken.

Het iemand betichten van racisme is vaak een gebrek aan inhoudelijke argumenten, dus gaat men maar meteen voor de diskwalificatie, de KO,… en dat is alles behalve FairPlay!

In Nederland mag je gelukkig genuanceerd en ongenuanceerd je verstand en je hart laten spreken. Er komen zelfs mensen ons land binnen vanwege onze vrijheid, waarden en normen. En geef ze eens ongelijk. Nee, we snappen dat allemaal wel. En bij onze oosterburen ontstond er in dat kader zelfs een ‘Welkomstcultuur’, want juist ‪Duitsland‬ is natuurlijk trots op hoe tolerant en democratisch het land geworden is na de Tweede Wereldoorlog. Zo trots dat het dat de hele wereld wil laten zien. Sterker nog ze willen er de gehele wereld in laten delen. Na de ‘economische’ nu een ‘morele’ Wiedergutmachung?
Maar democratie vraagt natuurlijk wel iets van haar deelnemers, namelijk dat iedereen de spelregels kent en respecteert,… FairPlay. En daar gaat het helaas mis. Ondanks dat het voornamelijk hoogopgeleide mensen zijn die ons land binnen komen zijn ze niet gewend om te gaan met mensenrechten, een open samenleving en het oh zo ingewikkelde ‘vrijheid van meningsuiting’, zelfs ‪#‎Erdogan‬ heeft er moeite mee. En dat wil wat zeggen!

Vrijheid is geen vrijblijvendheid en of je nu een kleur of geen kleur hebt, er zijn regels. Wil je in de Nederlandse samenleving je plaats vinden dan neem je je verantwoordelijkheid. En als je denkt dat rokjesdag een vrijbrief is om,… je weet wel zoals in Keulen dan,… of als je denkt dat je openlijke homoseksuelen lastig moet vallen dan,… of als je denkt dat alleen de macht van de sterkste en het getal telt dan,… of als je denkt dat satire niet kan en afgestraft moet worden dan,… ja dan denk je dus niet en handel je zeker niet volgens de tolerante democratische waarden en normen van Nederland. En daar spreek ik je op aan.

Als je niet wenst aangesproken te worden op je gedrag en meteen je kleur en ras in stelling brengt en met racisme gaat schermen word je niet buitenspel gezet, maar zet je jezelf buitenspel en zal ik je in ieder geval niet meer serieus nemen. Dat is dan geen racisme, maar jouw realisme. Zeg nee tegen racisme, maar zeg ook ja tegen realisme.

Naar aanleiding van opmerkingen van Johan Derksen over Marokkaanse voetballers, zei minister Schippers: Johan Derksen constateert reëel probleem. Ze vindt het dan ook goed dat de voetbaljournalist problemen met Marokkaanse voetballers benoemt. Ik ben het met de minister eens. Problemen moeten we namelijk altijd blijven benoemen, ook als het om Marokkanen gaat en het toverwoord op de loer ligt.

 

Jurgen MarechalHet ‘toverwoord’ Racisme

Geloof jij in God?

Op mijn eerste sollicitatiegesprek werd mij, als aankomend docent levensbeschouwing, gevraagd of ik in god geloof. De rector, die mij deze vraag stelde verwachtte duidelijk een eenduidig antwoord. Toen ik met ‘ja’ en met ‘nee’ antwoordde kreeg ik niet eens meer de tijd om mijn thee op te drinken. “Als docenten levensbeschouwing hier al niet meer gewoon met ‘ja’ op kunnen antwoorden dan,…”. Ik werd dus niet aangenomen op deze school.

Eenmaal mijn plek gevonden te hebben op het Dr.-Knippenbergcollege, als docent levensbeschouwing, is mij deze vraag meerdere malen gesteld. “Meneer, gelooft u eigenlijk wel in god”, blijkbaar wordt dat nog steeds verwacht/verondersteld van de docent levensbeschouwing. Mijn antwoord was en is eigenlijk altijd: “Als ik met ‘ja’ antwoord, wat weet je dan van mij? En, als ik met ‘nee’ antwoord, wat weet je dan van mij?” “Nou simpel dat je wel of niet in god gelooft, meneer”.

Maar zo simpel is dat helemaal niet. Als jij gelooft in een straffende god en ik geloof daar niet in, maar ik geloof wel in god, dan zou een ‘ja’ eerder verwarrend dan verhelderend zijn. Als ik een heel ander godsbeeld heb dan jij dan moet dus eerst duidelijk worden wat wij beide verstaan onder ‘god’. Als de rector, van mijn eerste sollicitatiegesprek, in een marionetspelende god gelooft, dan zou ik dus met ‘nee’ hebben moeten antwoorden op zijn vraag, want in zo’n god geloof ik niet en dan ben ik duidelijk een atheïst. Zou hij een godsbeeld hebben waar god staat voor ‘liefde’, ‘zinvolheid’, ‘gelukzaligheid’ (Eudaimonia), ‘het goede’,… dan zou ik mijn godsgeloof kunnen bevestigen, want daar geloof ik zeker in en als we dat onder god kunnen verstaan dan ben ik duidelijk een theïst.

Het beeld dat je bij god hebt is dan ook bepalend in je gesprekken hierover en je uiteindelijke godsbewijs. Maar ik snap natuurlijk best wel dat veel mensen er moeite mee hebben überhaupt over god te spreken. Mensen gaan al heel snel met je aan de haal en verslijten je voor achterlijk. Een eenvoudige weg is dan jezelf maar atheïst te noemen. Want het begrip ‘god’ is natuurlijk door de eeuwen heen een vervuild woord geworden. In de naam van god hebben mensen elkaar de meest verschrikkelijke dingen aangedaan, tot op de dag van vandaag. Reden te meer om duidelijk te krijgen wat mensen van je willen en denken te weten te komen, als ze je vragen of je in god gelooft. En als je dan voluit met ‘ja’ of met ‘nee’ antwoordt, vraag dan eens wat ze nu met dat antwoord denken te weten te zijn gekomen over jou,… hebben ze je wel echt begrepen.

Jurgen MarechalGeloof jij in God?